Ahoy! Welcome to shore,


Je bent aangespoeld op het eiland van een 30-jarige no bullshit kinda mom. Als ik niet op het strand zandkastelen aan het bouwen ben met mijn zoon kun je mij vinden op de Herman Brood Academie, in de podcast van Klap van de Molen of druk schrijvend om de studie Pedagogisch Didactisch Getuigschrift te voltooien. Hoe ik vormgeef aan werk- en studieontwijkend gedrag is te lezen onder ‘Wat wil je lezen?’. Het eiland is niet groot, we gaan elkaar vast snel tegenkomen! Snel in contact komen? +316 12199242.

Quarantaine-tranen

Als je de eerste week na de geboorte van een baby hebt meegekregen ken je dit fenomeen: kraamtranen. Mocht je dit voor het eerst horen, het is geen alternatief woord voor krokodillentranen en ook geen netter woord voor iets wat je misschien helemaal niet wilt weten. Nee, kraamtranen zijn echte tranen die bij vrijwel alle vrouwen die zijn bevallen rond dezelfde dag komen, gemiddeld tussen de 3 en 5 dagen na de geboorte. We kennen die emotionele ontlading ook van het moment vlak voor en begin van de ongesteldheid. Hormoonlevels gaan schommelen en humeur en traanbuisjes schommelen vrolijk mee. Die grote verandering in hormoonhuishouding is ook precies wat die twee situaties gemeen hebben. Maar ontladingstranen komen niet alleen in combinatie met vrouwelijke hormoonschommelingen ben ik inmiddels achter.

Na bijna anderhalve week in quarantaine bereikte vrijwel iedereen die ik digitaal sprak een breekpunt. Nadat het duidelijk werd dat dit thuisblijf-feestje nog wel even zou gaan duren, begon de initiële stress van alle verandering er langzaam vanaf te glijden. Die 1,5 meter afstand ging nu redelijk automatisch, er was weer toiletpapier en video-verjaardagsfeestjes waren ondertussen de normaalste zaak van de wereld. Maar hoe stevig je ook in je schoenen leek te staan toen de wereld op zijn kop ging, je lijf stond al dik een week stijf van de adrenaline. En wat doet een lijf na zo’n piek? Juist. Ontladen.

Ook ik hield nauwelijks de hele dag een droog gezicht. Van wanhoop naar ontroering en weer terug ging ik door een jankende achtbaan. Elke emotie was een trigger en startschot voor mijn traanbuizen om de stuwdam open te gooien. En ik jankte werkelijk waar om alles. Mijn favoriete dagboekpen rolt van het nachtkastje achter het niet te verplaatsen bed. Janken. Humberto die subtiel de presentatie overneemt als Matthijs vol schiet in de uitzending over Nouri en geen woord meer kan uitbrengen. Janken. Bliksem McQueen die er in de laatste minuten van de film Cars voor kiest om niet de winst te pakken maar de gecrashte concurrentie ophaalt en de finish over duwt. Janken. Mijn zoon die de letter S onder controle krijgt en trots door het huis marcheert terwijl hij het woord ‘plas’ 50 keer herhaald. Janken. Janken, janken, janken.

Een lekker potje janken doet overigens precies wat het moet doen. Na één dag onvrijwillig Niagara Falls te hebben nagebootst en een goede lange nacht te hebben slapen, was ik er weer. Mijn gedachten waren weer helder, de hoop dat alles wel goed komt was terug en ik had zowaar zin om er een leuke en nuttige tijd van te maken. Met hernieuwde energie kwam ik weer tot leven. Dan zijn die quarantaine-tranen toch nog ergens goed voor geweest dacht ik zo.

Column Klap van de Molen – maart ’20

Mijn god wat keek ik op tegen het geven van mijn eerste digitale les op afstand. Niet vanwege de digitale uitdagingen die het met zich mee brengt. Mijn generatie Z-studenten zijn namelijk praktisch geboren met een digitale devices in de hand waar ze continu mee videobellen. Soms doen ze dat zelfs tijdens de les met iemand die op een andere school óók in de les zit.
Ja. Of dat nu het beste moment is voor een belletje is een legitieme vraag, maar je kunt niet zeggen dat ze contact op afstand niet volledig onder de knie hebben.
Beter ook dan menig docent. ‘Uhm mevrouw, u moet nog even op scherm delen drukken, die knop zit daar linksonder.’
Tja. Stond je als 30-jarige millennial nog dicht bij de doelgroep in de klas, voel je jezelf digitaal toch gigantisch oud en enkel nog expert te noemen op de inhoud.
En dat was nu precies waar mijn spanning voor deze eerste digitale les vandaan kwam. We moesten verder met het reguliere onderwijs. En dat betekende dat er een les ‘Touren’ op de planning stond. Les 6 om precies te zijn, die zonder Corona-maatregelen in poppodium Gebr. de Nobel had plaatsgevonden.
Buiten het lokaal de handen uit de mouwen en in de klei!
Uhm nou ja, handen aan de flightcases en XLR-kabels dan.
Nu zaten we allemaal echter noodgedwongen doch leerplichtig thuis.
En dat is een stuk complexer lesgeven.
Want hoe hou je in godsnaam de aandacht op het uitleggen van een technische rider als studenten plotsklaps hun baan kwijt zijn en geen inkomsten meer hebben?
Hebben de hersenen van de student nog wel de capaciteit om zich over een logistieke tourplanning te buigen als ze zich zorgen maken over hun zieke moeder?
En hoe maak je het leren van vakjargon zoals rolling risers en per diems leuk als studenten moederziel alleen in hun studentenkamer zitten zonder tafel om aan te werken?
Met een draaiend hoofd zet ik de camera aan. ‘Goedemorgen allemaal’.
De les is begonnen. En ja, we hebben het natuurlijk even gehad over het thuiszitten, de verloren banen en struggle van het verkrijgen van ritme en regelmaat. Maar bij het zien van de veerkrachtigheid van mijn studenten valt het kwartje en schrap ik mijn gehele lesopzet. Dit is het! Dacht ik. Ik predik het verdorie elke tourmanagement les. De kern van succesvol touren is niet hoop kennis hebben en overal een op antwoord weten, het gaat over oplossingsgericht kunnen denken en samenwerken.
En wat is nu actueler en relevanter dan dat?!
De rest van de les vliegt voorbij.
We bespreken verschillende soorten calamiteiten, type verzekeringen voor een festival, zaal, artiest en het waarborgen van de veiligheid van eigen materiaal, band en crew. Iedereen zit aan het scherm gekluisterd.
‘Zo. We gaan hem afsluiten peoples, zijn er nog laatste vragen?’
‘Ja. Mevrouw, waarom zijn de lessen eigenlijk zo kort? We zitten er net zo lekker in.’
Wie had dat gedacht. De kop is eraf en mijn spanning ook. Deze studenten krijg je niet zomaar klein. Op naar de volgende digitale les! Zoek ik ondertussen nog even een tutorial op over al die andere knopjes in mijn scherm.

Poep

‘Hè bah, nu schei je uit hoor’.
Het was duidelijk dat ik geen medestander had gevonden in mijn diepgewortelde wraakzucht over niet opgeruimde hondenpoep. Wanneer mijn milde ontevredenheid precies is omgeslagen in razende hondsdolheid weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ik inmiddels elke hondeneigenaar die poep van eigen viervoeter niet opruimt fysiek pijn wil doen. Zodat ze bij het verlaten van hun huis vier keer controleren of ze poepzakjes bij zich hebben en bij het zien van willekeurige niet opgeruimde poep in elkaar krimpen van schaamte.
Met militaire precisie fabriceer ik nu meerdere oorlogsstrategieën. Het klassieke stokje met een veeg poep eraan door de brievenbus heb ik van de plan of attack-lijst geschrapt. Maar enkel omdat ik geen tijd heb voor een stake-out want verder is dit precies het type kwaad dat mijn inziens recht doet aan mijn dagelijkse plaatsvervangende schaamte.
‘Waarom zou je trouwens in godsnaam zoveel moeite doen?’ vraagt mijn partner die duidelijk vermoeid raakt van mijn zoveelste emotionele drift. Oneens met mij is hij het niet vaak. Wel is hij altijd kritisch op het hoge slachtoffer gehalte in mijn activistische neigingen. Meer dan eens weet hij mij in gesprek dan vakkundig terug te brengen naar acceptabele uitlatingen die ik dan gerust op mijn sociale media kanalen kan zwengelen. Mijn Guerre De Caca staat echter al vast.
‘Ik wil gewoon zonder schaamte met onze hond door de wijk kunnen lopen!’ antwoord ik vurig terug.
Dat is overigens ook echt zo. De veroordelende blikken van alle buren zijn zo stekend dat ik dikwijls de neiging heb om woest zwaaiend met een rits poepzakjes te schreeuwen: ‘IK RUIM ZIJN KAK WEL OP, KIJK MAAR!!’.
Kwalijk neem ik het de vuile blikkijkers overigens niet hoor. De wijk is een real life ‘de-vloer-is-lava’ spel geworden met als extra moeilijkheidsgraad het wekelijks verschuiven van de vrije loopruimtes. Iedereen heeft trouwens zijn eigen manier van het nemen van burgerinitiatief. Om de hoek hangen drie camera’s met een briefje op het raam ‘je staat op camera als je je hond hier laat poepen’. In een straat verderop ligt een boomperkje wekelijks vers bezaaid met scheermesjes, je weet wel, van die scherpe lange schelpensoort. Nogal luguber en dieronvriendelijk als je het mij vraagt.
De meest briljante actie kwam ik tegen toen ik laatst met een vriendin en onze kids in een natuurgebied liep. Alle hondenpoep daar had een fel fluoriserend kleurtje gekregen. De vriendin vertelde dat er een man was die elke dag met een spuitbus langs dit pad liep. Een vriendelijke geste naar wandelaars en kritische waarschuwing voor hondeneigenaren.
‘En als ik nu vlaggetjes in alle poep steek’, stel ik voor nadat het al even stil is geweest, ‘met leuzen als: ‘Doe deze kak ook eens in een zak!’ en ‘Rondje hond? Opruimen die stront!’?’
Een diepe zucht. ’Je doet maar. Het klinkt niet alsof je dit anytime soon los gaat laten.’
Dat klopt, denk ik. Wrijvend in mijn handen loop ik naar de la met knutselspullen.
Going to Defcon 1 in 3, 2, 1….

Van ons leren?!

Het is de eerste dag na de schoolvakantie 09:00 en ik weet mijn god niet waar ik moet beginnen. ‘Zorg bij binnenkomst van de leerlingen dat je individueel contact maakt’ had mijn lesboek mij verteld. Dat was vast en zeker gelukt als de deur niet al open stond en de leerlingen niet al binnen zaten. Great. Ik begin de inhoud van mijn tas op mijn bureau uit te stallen. Het zweet breekt mij uit. Al visualiserend probeer ik te beslissen op welke manier ik de aandacht ga proberen te krijgen. Niks voelt werkbaar.
Met lood in mijn schoenen loop ik naar de deur en trek hem met een klap dicht. Dat moet iets doen, denk ik. Maar het valt niet eens een seconde stil. De weg terug naar het bureau loop ik langzaam. Uitstel van executie. Geen enkele methode uit een lesboek gaat mij nu helpen besef ik mij. Ik heb alleen mijzelf.
Als ik zit en mijn etui zie liggen besluit ik gewoon te doen waar ik goed in ben. Ik pak een leeg blaadje en teken een plattegrond van het klaslokaal. Ernaast leg ik het smoelenboek met alle foto’s van de leerlingen en kijk de klas in. Er wordt niet teruggekeken. Prima! Let’s go.
Op elke plek waar een tafel staat schrijf ik een naam, steekwoorden van het gedrag dat ik zie, woorden die worden gebruikt die ik nog niet ken en vragen die ik heb over de dingen waar ze over praten.
‘Uuuhhh… Gaan we nog wat doen?!’ Klinkt het na een tijdje van een meisje dat haar lange haar aan het vlechten is.
Stacey, heet ze, lees ik op mijn blaadje.
Ik kijk op. ‘Jullie zijn iets aan het doen toch?’
Stacey trekt geïrriteerd één wenkbrauw op.
‘Ik bedoel, gaan we nog iets leren dan of wat?’
Een aantal andere leerlingen luisteren mee.
Ik schrijf bij haar naam: invloed dynamiek+.
‘Nou ik dacht, als jullie niet van mij willen leren, leer ik eerst wel van jullie.’
Nu heb ik bijna alle aandacht.
‘Sorry?! Van ons leren? Wat ga jij nou van ons leren?’ Klinkt het van rechtsachter. Het valt nu helemaal stil en de aandacht is op mij gericht.
Ik spiek op mijn papiertje.
‘Een heleboel, Ricardo’ en schrijf ook bij zijn naam een +.
Hij kijkt mij verbaasd aan.
‘Wat betekend bijvoorbeeld ‘iemand boren?’
Er worden handen voor de mond geslagen en er volgt een ‘Noooooo!’ vol ongeloof van links. Stacey trekt nu beide wenkbrauwen op.
‘Eey beter leg ik dat niet uit mevrouw’, zegt Ricardo die zijn lach nauwelijks kan inhouden.
‘Ok, gucci’ zeg ik zo nonchalant mogelijk.
‘Nooooo mevrouw, kom niet met die shit!’ roept het maatje van Ricardo.
‘Oké oke’ zeg ik terwijl ik mijn handen omhoog gooi alsof ik net ben betrapt en sta op. ‘Maar serieus, ik wil wel wat dingen weten eigenlijk. Bijvoorbeeld: Dina & Demet, spreek ik dat goed uit? Jullie hadden het over die influencer met hoofddoekje die gezeik kreeg over het wel dragen van make-up? Hoe zit dat dan precies?’
Twee paar ogen kijken mij vertwijfeld aan. Dan besluit Dina te reageren, ‘fuck it, ja zij krijgt mega veel gezeik over zich heen, weetje, want binnen ons geloof is het…’
voordat ze haar zin kan afmaken valt Ricardo haar in de reden. ‘Yooo! Waarom moeten wij jou dingen leren?! Jij moet ons toch dingen leren of niet dan?!’
Ik ga op de hoek van het bureau zitten. ‘Wil je wel wat leren dan?’
‘Ja tuurlijk! Waarom ben ik hier anders?’
‘Fair point. Maar wat zou je van mij willen leren dan?’
‘Weet ik veel, ik ken u niet eens!’
‘Zullen we daar dan maar eens mee beginnen?’

Dit verhaal is geïnspireerd op een les van een mbo niveau 2 klas die ik vanaf de gang deels heb meegeluisterd. De namen zijn fictief maar wel passend voor de type persoon die ze vertegenwoordigen.

Klap van de Molen maart ’20

Yes yes! Ik zat weer aan de Klap van de Molen podcast tafel afgelopen maandag. En het was werkelijk een feestje met Timo erbij die een nogal interessante theorie heeft over hiphoppers die Nederlandse klassiekers coveren. Ik nam de nieuwe single van Typhoon mee waar de meningen verdeeld over waren. We bespraken de relevantie van TVOH waar Martijn verdacht goed op voorbereidt was en ik voelde mij geroepen een flinke duit in het zakje te doen na aanleiding van de vraag van de luisteraar: “YO KLAP! VINDEN JULLIE DAT BLANKE MENSEN HET N-WOORD MEE MOGEN ZINGEN?”

Kijk of luister hieronder via je favoriete platform!

Klap van de Molen jan ’20

Wat nou Blue Monday? Ik mocht weer een 0.0 opentrekken aan de kroegtafel van Klap van de Molen podcast. Hoe legit zijn die NMI-Awards, waar komt de trend rappen/zingen in je moerstaal vandaan, YouTube sensatie Blanks en prins Harry en Meghan Markle verlaten het koningshuis?!

Oh ja, en ik nam de track ‘Groter Dan Ik’ van Froukje mee die sindsdien steeds grotere aandacht trekt. Een super fijne aflevering met broeder Dieleman!